We waken dat onze concepten elkaar gaan beconcurreren
Before Article
Dinghuis Foodbrigade Bert van den Eijnden

We waken dat onze concepten elkaar gaan beconcurreren

Van uitgaansgelegenheden tot een nieuw à la carte restaurant. De horecagelegenheden van Baroef zijn een begrip in Deurne. Mede-eigenaar Bert van den Eijnden vertelt over zijn nieuwste concept en de keuzes die daaraan ten grondslag liggen. ‘Een sterrenzaak past niet binnen ons bedrijf.’

Naam: Bert van den Eijnden
Zaken: Het Dinghuis, Natuurpoort De Peel, The Ocean, D’n Borrel, De Reizende Man en Thuis Vieren.

Bert van den Eijnden runt de horecazaken onder de paraplu van Baroef samen met zijn familie. Vrouw Leny is verantwoordelijk voor het kantoor, dochters Wendy en Janine verzorgen reserveringen en kijken mee op de werkvloer en ook schoonzonen Bart en Rob hebben belangrijke functies binnen het bedrijf. Bert zelf springt bij waar nodig.

Baroef is een veelzijdig bedrijf met concepten in alle soorten en maten; wat is de rode draad?

‘Als ik iets moet noemen, dan dat we op elke plek gasten willen vermaken. Maar verder is vooral de kracht dat elk concept écht zijn eigen functie en doelgroep heeft. D’n Borrel en The Ocean zijn meer uitgaansgelegenheden voor de jeugd. Natuurpoort De Peel is er voor de recreant en groepen en De Reizende Man voor familiefeesten, huwelijksfeesten en recepties. Terwijl we met Thuis Vieren op locatie feesten en evenementen organiseren en cateren.’

En dan is er Het Dinghuis, weer iets totaal anders.

‘Het Dinghuis, ons nieuwste bedrijf, is open sinds afgelopen oktober. Het is een à la carte restaurant, gevestigd in een zestiende-eeuws pand bij een kasteelruïne aan het Haageind. Het mooiste plekje van Deurne. De gerechten zijn van een hoger niveau dan bij onze andere zaken, maar het is minder luxe dan sommige mensen denken. We bieden plaats aan alle typen gasten; voor een snelle kleine hap tot een avondje genieten. Vier of vijf handelingen in een gerecht is voldoende. Een sterrenzaak past niet binnen ons bedrijf. ’ 

Waarom besloten jullie er een à la carte restaurant van te maken?

‘We hebben al twee bedrijven voor groepen, een derde was voor ons geen optie. We waken ervoor dat onze concepten elkaar gaan beconcurreren. Voor een à la carte restaurant was nog ruimte. Dit hadden we nog niet. Plus: de locatie leent zich er perfect voor.’

Waar begin je met het openen van zo’n nieuw concept: de locatie of het idee?

‘In het geval van Het Dinghuis was dat echt de locatie. Ik las in de krant dat de gemeente het pand een andere bestemming wilde geven en horeca mogelijk was. Toen heb ik direct gebeld. In eerste instantie stond het pand alleen te huur. Voor ons financieel niet interessant, want er moest heel veel geïnvesteerd worden om het horecawaardig te maken. Toen het vervolgens te koop kwam te staan, was het een ander verhaal.’

Wat hebben jullie allemaal moeten verbouwen?

‘Alle oude elementen, zoals de oude balken, kozijnen en schouw zijn behouden gebleven. Voor de rest hebben we veel verbouwd. Het is een monument wat nog geen horecafunctie had. Nadat de vergunningaanvraag was geregeld, hebben we in 2018 verbouwd. We hebben een nieuwe open keuken laten plaatsen, waarvoor een klimaatluchtbehandelingssysteem noodzakelijk was. Het restaurant heeft nu een eigen gescheiden wijnruimte en verder zijn nieuwe toiletten geplaatst. Aangezien het een oud pand is, moest er qua isolatie ook het nodige gebeuren. De vloer ging eruit en erin, we hebben een extra binnenmuur geplaatst, het dak geïsoleerd en leien opnieuw laten plaatsen. We willen natuurlijk dat onze gasten ook in een koude winter comfortabel kunnen eten.’

‘Al met al zijn we wel een stuk boven de begroting uitgekomen. Maar ik vind het niet erg als je iets van tevoren € 30.000 schat en je vervolgens uitkomt op € 40.000. Het moet goed zijn. Dat is voor ons het allerbelangrijkst. Gelukkig delen onze gasten die mening: sinds de opstart weten ze ons al goed te vinden.’ 

Dit concept is heel wat anders dan dat van jullie andere zaken. Betekent dit dat je een heel nieuw team hebt geworven?

‘Grotendeels wel. Iedereen was vrij om intern te solliciteren. Er zijn twee mensen overgestapt vanuit andere locaties, waar ik blij mee ben. Zij kennen de ‘Baroefmentaliteit’ al. Er heerst binnen al onze locaties een ‘drie-musketiersgevoel’: één voor allen en allen voor één. Daarmee bedoel ik dat we elkaar helpen. Zo kwamen we laatst handen tekort in de catering tijdens een festival en sprongen mensen van The Ocean, onze discotheek, bij. Ook binnen de locaties werken we vanzelfsprekend nauw samen. Zo bespreken we binnen Het Dinghuis met het hele team elke negatieve recensie, zodat we direct aan verbetering kunnen werken.’

Hoe stimuleer je de Baroefmentaliteit verder?

‘Door minimaal één keer per jaar met het hele team van alle aparte locaties samen te komen. Ik laat dan bijvoorbeeld de cijfers zien: percentages en plussen en minnen om aan te geven hoe het met de verschillende locaties gaat. De laatste keer liet ik mijn medewerkers een getal van € 900.000 zien. Mijn vraag: wat is dit voor getal? Ik kreeg toen antwoorden terug als omzet en noem het maar op. Ze hadden niet verwacht dat dit onze totale personeelskosten waren. Ik vind het goed om ook zulke getallen te delen. Het maakt mensen bewust van wie we zijn en wat we allemaal doen; en ze voelen zich meer betrokken.’ 

Wat zijn jullie doelen voor de komende periode?

‘In de afgelopen drie jaar hebben we alleen maar verbouwd en vernieuwd. Het Dinghuis natuurlijk, maar daarnaast hebben we bijvoorbeeld bij Natuurpoort De Peel een grote zaal bijgebouwd. Nu is het tijd om de cijfers zoals personeelskosten weer eens kritisch onder de loep te nemen. Daarbij denk ik ook aan hoe we onze bedrijven naar buiten kunnen promoten. Zo hebben we een eigen slager in dienst die ons vlees verwerkt. Onze hammen roken we zelf. Een mooi verhaal om ook richting onze gasten te vertellen. Al doen we dat nog nauwelijks.’

Als je het niet voor de storytelling doet, waarom hebben jullie dan een eigen slager in dienst?

‘Dat heeft met onze achtergrond te maken. Mijn broer en ik runden vroeger samen een varkenshandel en we hebben nog altijd een klein aantal varkens. De contacten in het wereldje zijn er nog. Doordat we ons vlees zelf verwerken en de melk vers van de boer halen, hebben we zelf meer controle op de kwaliteit en zijn er minder schakels in de keten. Margetechnisch is het ook een aantrekkelijker verhaal om bij de bron in te kopen. Zo komt ook deze ervaring van pas.’