Een dorp biedt kansen die een stad niet biedt
Before Article

Een dorp biedt kansen die een stad niet biedt

Een foodbeleving met wereldse gerechten en een hippe, chique inrichting. De trendy stijl van Meraqi is er één die je misschien eerder terugverwacht in een stad, maar het restaurant is sinds de opening vorig jaar dé hotspot van Beneden-Leeuwen. De gasten staan te dringen en de lokale Rabobank riep het restaurant uit tot Starter van het Jaar. Mede-eigenaar Igor Langeveld over het geheim van een vliegende start: ‘Soms moet je eigenwijs durven zijn.’

Naam: Igor Langeveld (eigenaar met Judith Langeveld)
Zaak: Restaurant Meraqi & Good Looking Cooking (Beneden-Leeuwen)
Couverts: 90 – 100 couverts
Inkoop: 32 procent
Personeel: 32 procent
Huur: 3,9 procent

Meraqi omschrijven jullie op de website als een ‘stijlvol en warm restaurant met een wereldse beleving’. Wat houdt dat in?

‘Meraqi is een luxe en hip restaurant dat elke gast meeneemt door de wereldse keuken. Ik kom zelf uit Singapore en Judith, mijn vrouw, uit Sri Lanka. Deze twee landen, plus al onze inspiratiereizen, dienen als basis van het wereldse karakter van ons restaurant. Juist omdat we zo werelds zijn, willen we dat iedereen hier lekker kan eten. Onze doelgroep is dan ook breed en komt zowel uit Beneden-Leeuwen als daarbuiten.’

Een werelds concept verwacht je eerder in een stad, maar het blijkt ook goed te werken in een dorp als Beneden-Leeuwen?

‘Waarom niet? Een dorp biedt veel kansen, waar een stad vaak niet tegenop kan. Neem bijvoorbeeld de huurprijzen. Die liggen in een dorp veel lager dan in de stad. Wij huren nu een groot pand; in de stad had dat nooit gekund. Daarnaast is de concurrentie hier veel minder groot en parkeren mijn gasten gratis voor de deur. In de stad is dat bijna niet te doen. Daarbij was er gewoon vraag naar goede horeca in het dorp. Bewoners gingen naar de stad om uit eten te gaan. Nu niet meer.’

Jullie runden al een goed draaiend cateringbedrijf. Waarom dan ook een restaurant?

‘Het starten van mijn eigen restaurant was eigenlijk altijd een ver-van-mijn-bed-show. Totdat ik gevraagd werd of ik interesse had om een pannenkoekenrestaurant te openen in een leegstaand pand. “Pannenkoeken zijn niets voor mij, maar wil wel praten over een andere insteek,” zei ik. Allemaal nog vrijblijvend, maar toen de plannen concreter werden, werd ik steeds enthousiast. Helemaal toen we ook de financiering rondkregen, dankzij leningen van lokale bedrijven. Zo investeerde een installatiebedrijf in de aanleg van het elektriciteitsnetwerk en weer een ander bouwde mee aan de bar. Deze investeringen lossen we over vijf jaar af met rente. Van plan tot verbouwing konden we zo binnen vier maanden van start.’

Versterkt het restaurant het cateringbedrijf?

‘Enorm. Ik kreeg laatst bijvoorbeeld drie cateringaanvragen voor een bruiloft, van gasten die ons kenden vanuit het restaurant. En andersom heb ik weer restaurantgasten die vragen of wij ook feesten en evenementen cateren. Natuurlijk, als cateringzaak bespreken we graag de mogelijkheden.’

Hoe combineer je het runnen van beide zaken?

‘Dat vragen we onszelf nog steeds wel eens af. Bij de start van het restaurant namen we twee extra koks aan. Maar na een week zagen we al dat dit met 100 couverts veel te weinig was. Er kwamen nog twee koks bij. Ik heb gelukkig veel vrienden die ook kok zijn. Op flexibele basis konden zij de gaten vullen of bijspringen in de catering. Ik wil mij nu meer focussen op catering, omdat ik de afwisseling erg uitdagend vind. Elk evenement kook ik weer nieuwe gerechten, voor nieuwe groepen en op nieuwe locaties. Dat is erg leuk.’

Hoe verliep de opstart van Meraqi?

‘Het was een droomstart; dit hadden we niet verwacht. Vanaf de start in juni 2018 tot de tweede week van januari zaten we non-stop vol. Zelfs op de maandagen. En dat terwijl we helemaal geen acties uit hadden staan. Pas eind januari werd het iets rustiger, vooral in de sterke drankafname. Dry January was echt wel een ding in de omgeving van Beneden-Leeuwen.’

Wat was het grootste leerpunt?

‘Dat je niet te veel moet luisteren naar wat anderen over je aanpak zeggen. We hebben bijvoorbeeld een open keuken in het midden van ons restaurant. Gasten kunnen er plaatsnemen aan de bar. Toen we dit idee aan mensen voorlegden, zag iedereen beren op de weg. Hoe we dachten 300 vierkante meter af te zuigen én gasten te voorzien van frisse lucht? Nou, dat is ons toch gelukt.’

Wat is op dit moment hét thema wat in Meraqi speelt?

‘We willen nóg meer een beleving verkopen. Zo onderzoeken we op dit moment de rol van onze koks in het restaurant: niet alleen in de keuken, maar meer als expert aan tafel. Bestel je oesters, dan maken zij ze aan tafel open. Zo’n beleving komt ook terug in kleine dingen als gasten verwelkomen en met een fijn gevoel naar huis laten gaan. Jassen aannemen is niks nieuws. Maar bij vertrek de jas aangeven en nog een fijne avond wensen, zie je een stuk minder. Terwijl dat wel heel makkelijk het verschil maakt bij je gast.’

Wat is je lievelingsgerecht op je eigen menukaart?

‘De Massaman curry, afkomstig uit de moslimgemeenschap in Thailand. Daar serveren ze de curry met kip, maar wij maken er een vegetarisch gerecht van met gegrilde bloemkool. We willen dit jaar iets meer vegetarische opties aanbieden, omdat we merken dat hier toch meer vraag naar komt. Vooral ook van gasten die uit de stad komen.’

Van wie heb je het meeste geleerd?

‘Op het gebied van koken is dat oud-collega Robert Soussan. Hij is Israëliër en bracht de keuken van Tel Aviv naar het cateringbedrijf waar we samenwerkten. Als iets belangrijk was in die keuken dan was het wel groente. Vuur én groente. Van hem leerde ik allerlei verschillende groentebereidingen. Van grill tot bakken in hoog vuur.’

Wat is je motto?

‘Als je ergens in gelooft, ga er dan voor. En laat je door niemand van de wijs brengen. Bij de plannen voor Meraqi had iedereen wel een mening. “Zo’n hip restaurant, komt dat wel van de grond in Beneden-Leeuwen? Waarom zoveel investeren in een klein dorp?” Ik geloofde in het concept en heb eigenwijs doorgezet. Rome werd ook niet in één dag gebouwd, dacht ik maar.’