Verdwalen in eigen succes als belangrijkste leerschool
Before Article

Verdwalen in eigen succes als belangrijkste leerschool

 

De Nederlands-Marokkaanse Yassine doet niets liever dan creëren. Op dit moment runt hij 1480 Foodbar vanuit het oudste panden van Alkmaar, misschien wel één van z’n succesvolste zaken tot nu toe. En een maand terug opende hij De Kamer Restaurant/Bar, een spin-off van 1480 Foodbar. Nieuwe namen in het rijtje van vijftien zaken die hij in de afgelopen jaren heeft opgezet. ‘Ik wil altijd tot de top 3 behoren als het gaat om onderscheidende zaken.’

Naam: Yassine Hanyn
Zaak: 1480 Foodbar in Alkmaar, De Kamer Restaurant/Bar in Heiloo
Couverts: beide restaurants rond de 140 couverts 

Waar draait het om in De Kamer?

‘De Kamer is een trendy restaurant/bar voor koffie, lunch, diner en borrel. Het bijzondere zit hem in de beleving. Gasten die binnenkomen hebben ogen tekort. Er hangt bijvoorbeeld een gigantische octopus met tentakels van wel elf meter en ik heb een bar van achtentwintig meter. Bij ons is de bar net zo belangrijk als de keuken. De bar heeft zes hoeken. Als er maar vier mensen aan zitten, heb je niet het idee dat deze leeg is. Daarnaast staan er elf banken. Deze creëren kleinere ruimtes en dat is precies wat borrelen en dineren knus en gezellig maakt.’

‘In de weekenden wil ik mijn gasten meer bieden dan dat ik doordeweeks kan. Dan bedoel ik niet dat ik alle tafels aan de kant schuif en er een dj neerzet. Ik wil me juist meer op het borrelen richten en daarvoor hoef ik niets aan mijn interieur te veranderen. Dat is namelijk geschikt voor doordeweekse activiteiten én voor het weekend.’

Wat is je grootste eye-opener geweest?

‘Hoeveel meer je met elkaar kunt bereiken als je direct zegt wat je denkt. Mensen zeggen nog geen 10% van wat we eigenlijk denken. Nu is het lang niet altijd mogelijk om alles te zeggen, maar ik vind dat we best wat meer ‘recht voor onze raap’ mogen zijn. Tenslotte behaal je succes door mensen. Ik vraag mijn medewerkers dan ook zo open mogelijk te zijn, omdat ik het belangrijk vind hoe zij over dingen nadenken. Want daar kan ik vervolgens weer op inspelen.’

Hoe behoud jij je personeel?

‘Door ze vanaf dag één duidelijk te maken wat hun groeimogelijkheden zijn. Ik denk dat iedereen een doel voor ogen wil hebben en wil weten welke kanten ze allemaal op kunnen. Daarom werken wij met zogenaamde staffels. Zo zien mijn medewerkers hoe ze er per jaar op vooruit gaan of waar hun kansen liggen. Ik vind het niet zo belangrijk of ze nu een opleiding hebben of niet. Als de passie er maar is en ze graag willen. Voor de vaardigheden kunnen ze altijd nog een opleiding volgen, die ik uiteraard vergoed.’

Van wie heb je het meest geleerd?

‘Van mijzelf. Door vallen en opstaan leer je heel veel. Over jezelf, maar ook hoe je een bedrijf runt. Ik besef wel hoe belangrijk het is om dingen gewoon op z’n beloop te laten. Te accepteren hoe sommige dingen op je afkomen en daar altijd nieuwsgierig naar blijven. Out-of-the-box, zonder regels. Zo bereik je dingen die je niet voor ogen had.’

Wat is je grootste mislukking?

‘Mislukkingen bestaan niet. Tenminste als je er een leer uittrekt. Ondernemen is vallen en opstaan. Ik ben ook vaak zat ‘gevallen’, maar nooit bij de pakken neer gaan zitten. Op mijn vierentwintigste begon ik mijn eigen restaurant. Een enorm grote stap, terwijl ik eigenlijk niet goed wist wat er allemaal bij kwam kijken. Ik had een concept, een chef, maar er bleek meer nodig. Ik ging er in het begin zelfs bijna aan failliet. Verdwalen in eigen succes noem ik dat ook wel. Soms vond ik iets zo goed, dat ik vergat om dat ook te verifiëren door marktonderzoek. Ik zie dat nu als lesgeld. Daarom stel ik mijzelf nu altijd de vraag: ‘Behoor ik met dit concept tot de top 3 als het gaat om onderscheidende zaken?’ Nee, dan ga ik er niet mee door. Ja? Dan werk ik het verder uit.’

Wie zijn je horecahelden?

‘De dames van Rue de la Plume, Paul de Wit en Hans Bezembinder; allemaal verantwoordelijk voor een aantal culinaire parels in Alkmaar. Alledrie maakten van niets iets. En dat iets is ook nog succesvol. Dat triggert mij enorm. Rue de la Plume bijvoorbeeld, een topzaak met aan het roer twee vrouwen. Daarmee hebben ze direct al een onderscheidende factor. En dan is de één nog chef ook. Iets wat je helemaal weinig ziet in de horecawereld.’

Wat is je motto?

‘Blijf altijd creëren. Creatievermogen zit in ons allemaal, op welke manier dan ook. Het is iets wat ik het liefst doe. Van niets iets maken, waar andere mensen vervolgens van profitieren. Het is misschien ook wel het stukje zorgen, wat ik graag doe. Zorgen dat andere mensen genieten en een goede tijd hebben. Zo haalden we door de jaren heen regelmatig geld op door te koken voor goede doelen. Iedereen werkte daar keihard aan mee. We deden het echt samen. Daar haal ik veel voldoening uit.’