Spelletjes als verdienmodel in de horeca
Before Article

Spelletjes als verdienmodel in de horeca

Midden tussen de meisjes van plezier en waar je struikelt over spacende toeristen staat een prachtig pand vol vermaak van een hele andere orde: de TonTon Club! Hier mag je als volwassene weer even kind zijn, terwijl je vriend en vijand afmat met wat potjes jenga, flipper of airhockey. De keuken wordt verzorgd door buurman Croque Madame in de vorm van heerlijke burgers, broodjes en salades. En in combinatie met een van de vijfentwintig lokale speciaalbiertjes is de TonTon Club een perfecte manier van ontspanning. Daarnaast heeft de TonTon Club nóg twee locaties.

Bij het speelparadijs in de Westergasfabriek kom je in de wondere wereld van Japan. In Japan zijn zowel de Arcade spellen als het eten vooruitstrevend en zij mixen dat graag met Amerikaanse klassiekers. En bij PUCK,  de eerste airhockeyhal van Europa en het nieuwste familielid van de TonTonClub, kun je ook nog eens terecht voor heerlijke gerechten en spannende cocktails. Hoe kan het toch dat hordes fans zich met regelmaat naar één van deze locaties verplaatsen voor een heerlijk potje airhockey of The terminator? Serdar werkt dagelijks met een team van ongeveer 77 medewerkers zijn benen onder zijn lijf vandaan om dit groeiende bedrijf op zijn grondvesten te laten trillen, want dat doet het. Zeker als het volle bak is en de gasten spelen om de winst.

Naam: Serdar Tonkas
Bedrijfsnaam:  TonTon Club
Couverts: West en Puck samen 220 binnen, 130 per terras
Aantal spellen: 80
Inkoop: West 23% van de omzet,  Puck nog onbekend te vers
Personeel:  77
F&B & spellen: 30%, spellen gemiddeld 70% van de omzet

Hoe is de TonTon Club ontstaan?

‘Vijf jaar geleden zijn we op de Wallen begonnen. Vanuit mijn achtergrond, met vooral culturele projecten, aan de ene kant een bijzondere move en aan de andere kant eigenlijk niet. Voor die tijd hield ik mij bijvoorbeeld bezig met Studio K in Amsterdam, een bioscoop, café-restaurant en een club/poppodium waar ik verantwoordelijk was voor de externe marketing en communicatie. Vervolgens maakte ik als ontwerper showroom games. Denk aan het ontwerpen van bijvoorbeeld een branded grijpmachine, zoals op de kermis, voor opdrachtgevers als Jagermeister. Ik merkte dat er ruimte was voor horecagelaagdheid zoals in onze concepten. Zaken die meer doen dan alleen horeca en zich daarin onderscheiden.’

Wat is op dit moment hét thema wat in je zaak speelt?

‘Groei is denk ik wel het thema dat mij het meest bezig houdt. Het is heel dubbel. De business leent zich ervoor om nog een vierde concept te openen, het is populair genoeg. Echter voel ik daar een spanningsveld. Maar we groeien te hard, daar voel ik echt de groeipijn. Tijd voor een stapje terug, eerst het fixen van de basics. Daarin zijn de eerste stappen al gezet, waar ik eerst alle locaties om en om bezocht en één voor één met de bedrijfsleiders om de tafel ging, benader ik het nu steeds meer als één bedrijf in plaats van drie apart. Zo leren de bedrijfsleiders van elkaar. Ook het personeel dat wordt aangenomen is verplicht om op alle drie de locaties te werken. Op deze manier is ons personeel multi-inzetbaar en dat werkt momenteel heel prettig, op deze manier is iedereen uitwisselbaar en zijn gaten snel gevuld.’

Waarom komen mensen naar de TonTon Club?

‘De core-business van onze locaties zijn dates en bedrijfsuitjes. De meeste gasten komen echt voor de spellen, maar willen uiteindelijk ook drinken en/of eten. De verwachtingen van een gast die voor het eten komt of voor alleen de spellen zijn anders. Bij Puck hebben we momenteel de uitdaging van het leggen van de brug tussen de ‘fine-dining’ en de energie van airhockey die daar niet helemaal op aansluit. Vooral in het weekend of als het heel warm is, dan voelt het voor gasten wel eens schizofreen vanwege een andere energie die er hangt.’

Wat is je lievelingsgerecht op je eigen menukaart?

‘Bij Puck is dat zeker de Burrata gecombineerd met de smaak van grapefruit, een smaakvolle mix.’

Wie zijn je horecahelden?

‘Echte helden heb ik niet, maar heb wel twee personen waar ik tegenop kijk als het gaat om extreme gastvrijheid. Ik ben een man van de beleving, interactie en vorm en wil graag verrassen. Horeca past heel goed bij mij, al zou ik nooit alléén een bar openen. Ik ga voor het totaalconcept. En dat klopt bij Arjan Teerlink, een van de beste gastheren van Amsterdam en verantwoordelijk voor bijvoorbeeld Panache en Artisan. Hij verstaat zijn vak, heeft een vrije stijl, maar wel exclusief en goed. Maar ook Niels van de Goudfazant in Amsterdam snapt het. Ik voel mij bij de Goudfazant altijd meer dan welkom en ga er graag terug.’

Wat is je grootste eye-opener geweest?

‘Laten we beginnen met het feit dat het runnen van dergelijke locaties veel positieve punten met zich meebrengt. De grootste eye-opener is geweest dat gasten echt fans kunnen worden. Dat zie ik nu voor het eerst en dat vind ik echt heel leuk en bijzonder. De andere eye-opener is wat minder positief, want het is echt ontzettend moeilijk om goed personeel te vinden en te behouden. De meeste mensen die bij mij komen werken worden zelf ook fan en nemen hun eigen netwerk mee en blijven bijna allemaal totdat ze afgestudeerd zijn. Het verloop is dus vrij laag. We trainen ze in beleving, de horecavaardigheden leren we ze terloops wel bij.’

Van wie heb je het meeste geleerd?

‘Meest geleerd tijdens mijn periode bij Studio K, toen was ik 22. Als je met een team van acht man verantwoordelijk wordt voor 3,5 miljoen dan word je snel wijs. Achteraf gezien heb ik echt veel geleerd van de relaties met de gemeente, huurbazen etc.’

Wat is je grootste mislukking?

‘ Ik zou Puck eigenlijk met iemand anders starten, maar hij trok zich net voor de start terug. Ik zie het niet als een mislukking, maar een extra locatie zou ik in de toekomst niet snel meer in mijn eentje openen. Het was echt wel pittig om dat alleen te doen. We gingen open en het eerste jaar vond iedereen het concept te gek maar er kwam niemand. We stonden in elk magazine, iedereen had het erover maar de mensen bleven weg. Uiteindelijk bleek hoe platter we werden hoe succesvoller.’

Waar zou je nog wel eens een zaak willen openen?

‘Londen. Daar snappen ze ‘gelaagd’ uitgaan, en doen ze echt meer dan alleen horeca. Denk aan de theatercafés en bowlingclubs. Zij snappen het daar al wat langer. Ik geloof dat wij daar in Amsterdam een van de eersten in waren.‘

Wat is je motto?

‘Insert coin to begin. Dat staat ook op mijn arm getatoeëerd. Ik geloof dat als mensen niet betalen voor bijvoorbeeld een potje airhockey de beleving ook minder is. Met een ‘token’ wil je het maximale uit je spelletje halen en denk je ‘ik ga winnen’, zonder ‘the coin to begin’ mis je die mindset.’

Hoe duurzaam ben je?

‘In de keuken proberen we duurzame producten te kiezen. Maar als we gaan kijken naar de spellen verbruiken we veel elektriciteit. Ik heb er wel eens over nagedacht om met de trillingen daarvan elektriciteit op te wekken middels een dynamo waarmee we de spellen daarop laten draaien. Een vurige wens, maar tot nu toe nog geen prioriteit.’

Wat zou je doen als je geen (horeca)ondernemer was?

‘Dan zou ik coach zijn. Ik zou young potentials van 80 naar 110 procent willen brengen. Ze beter maken in hun vak, dat is wat ik in de managementlaag in mijn bedrijf ook graag doe.’

Nog een brandende tip voor (horeca)ondernemers?

‘Het gaat om je unieke propositie en je moet er om te beginnen zelf in geloven. Je committeert je er als het goed is helemaal aan, all the way. Ik had het met een festival dat ik organiseerde ‘TonTonXL’ op het Westergasterrein. Er kwamen 16.000 mensen, bizar. Tijd dus om de TonTon club serieus te gaan nemen. Heb het brandende verlangen om je zaak te willen laten slagen. En wees elke dag weer dankbaar dat er mensen komen!