No-service, een oplossing geboren uit nood
Before Article

No-service, een oplossing geboren uit nood

Wat begon met een wens en ambitie om een strandtent te openen aan de Noordzee eindigde met een zaak in Apeldoorn, dichtbij huis voor Bert en zijn compagnon Alger. Bert tekent al jaren diverse horecazaken voor anderen op papier. Maar nu is hij behalve ontwerper sinds kort ook horecaondernemer. Een nieuwe rol voor hem en een met de nodige uitdagingen. Lees welke uitdagingen het openen van een zaak met zich mee heeft gebracht en hoe Bert daar mee om gaat.

Naam: Bert Heijink (compagnon is Alger van Veldhuizen)
Bedrijfsnaam:  SOAP
Couverts: 350 inclusief buiten
Inkoop: een aantal weken open dus nog weinig van te zeggen
Personeel 45
Huur: pand is van onszelf grond huren we

Waar komt de naam SOAP vandaan?

‘Het terrein waar SOAP op staat is een oud industrieterrein dat nu is omgedoopt tot evenementen terrein. Vroeger zat de Zwitsal fabriek op deze locatie, vandaar deze naam. Het terrein is hier in omstreken ook wel bekend als ‘het Zwitsal terrein’.

Wat is op dit moment hét thema dat in je zaak speelt?

‘Momenteel zijn we druk bezig om de zaak helemaal af te maken. We zijn pas kort open, dus her en der moeten nog kleine dingen worden gefikst. Daarnaast is het onderwerp personeel er een waar bijna al mijn aandacht heen gaat.  Vooral nieuwe en ervaren mensen krijgen en  behouden, dat is momenteel de grootste uitdaging.’

Wat is je lievelingsgerecht op je eigen menukaart?

‘De dorade is mijn grootste favoriet. Deze wordt op Antilliaanse wijze geserveerd. Hij ziet er ook nog eens indrukwekkend uit en is echt een van onze hardlopers. Dit gerecht verkoopt zichzelf. Daarnaast vind ik de nacho-schaal uit de oven met gehakt ook favoriet fingerfood. Deze wordt vooral besteld om tussendoor lekker te snacken.’

Wie zijn je horecavoorbeelden?

‘Ik ben echt een strandzakenfanaat. Ik kijk bijvoorbeeld met  veel belangstelling naar Mango’s in Zandvoort. Ik vind het een mooie zaak, een perfect stijltje, niets gelikt en rauw. Ik vind dat de eigenaren dit heel knap hebben neergezet. ‘

Wat is je grootste eye-opener geweest?

‘De grootste eye-opener is toch wel dat samenwerken met de gemeente soms wat trager kan verlopen. Het idee om deze strandtent in Apeldoorn te openen, kwam van de gemeente zelf. Om het vervolgens operationeel te krijgen waren we alsnog ruim drie jaar kwijt. Eigenlijk zochten we een strandtent ter overname aan de Noordzee, de gemeente hoorde dat en benaderde ons. Na een paar weken hadden we onze maquette al af, maar al snel zette de gemeente alles op rem. Nu, drie jaar later, zijn we eindelijk open. In die tijd hadden we misschien toch ook een zaak aan het strand kunnen hebben.’ 

Van wie heb je het meeste geleerd?

‘Als het om mijn huidige rol in deze zaak gaat, leer ik iedere dag weer. Ik had nauwelijks operationele horecaervaring, maar ik geloof in deze zaak en dat zorgt dat ik wil leren. Ik heb enkele doorgewinterde horeca collega’s die mij elke dag weer nieuwe dingen leren.’

Het is dus toch gelukt om een goed team te werven?

‘Ja ik heb zeker een paar goede mensen staan, maar heb zeer zeker getwijfeld of dat zou gaan lukken. Ik geloof in no-service, ook al is die visie uit nood geboren. Uiteindelijk wil je liever het contact met je gasten, maar als personeel zo’n uitdaging blijft gaan we misschien wel werken met het principe dat mensen zelf hun bestelling aan de bar moeten doen en hun bestelling zelf moeten ophalen. Ik denk dat dit bij een sterrenzaak onmogelijk is, maar dat het bij een strandtent eventueel nog wel moet kunnen. Jonge mensen zouden de tafels dan kunnen leeghalen. Dat is interessant voor de personeelskosten en je hebt dan minder irritatie dat bestellingen te lang duren. Maar nogmaals, het zou een oplossing zijn geboren uit nood.’

Het lijkt best wel rigoureus als je dit als oplossing ziet?

‘Dat is het zeker en ik geloof zelfs dat we op die manier omzet laten liggen. Het enige dat ik momenteel kan doen is blijven zoeken naar goed personeel en de mensen die bij ons werken tevreden houden. Ik vraag ze regelmatig of ze als ze ergens anders een euro meer krijgen ze weg zijn. En gelukkig zeggen de meesten dat ze het hier naar hun zin hebben en dat ze alleen weg zouden gaan als de sfeer minder zou zijn. Het is niet niets voor niets dat ik met dit team veel aan teambuilding doe.’

Wat is je grootste mislukking?

‘Ik kan het niet echt een mislukking noemen, want overal leer je van. Maar als we hadden geweten hoe lang het met de gemeente zou duren, waren we er niet mee door gegaan. Enorme ambtenarij en frustratie was ons dan bespaard gebleven. Uiteindelijk zat er zoveel tijd en geld in dat het zonde zou zijn het op te geven.’

Waar zou je nog wel eens een zaak willen openen?

‘Toch echt aan de Noordzee op het strand in Bloemendaal of Zandvoort. Een beetje een Woodstock-achtige zaak.’

Wat is je motto?

‘Qua ontwerp dat het niet te gelikt moet zijn. De sfeer moet relaxed zijn en het personeel moet op slippers en in een korte broek kunnen werken.’

Hoe duurzaam ben je?

‘Qua inrichting heel duurzaam. Deze hele zaak is van marktplaats. Ook hebben we disposables van geperste bananenbladeren en serveren we niets in plastic, behalve de wasbare en herbruikbare glazen.’

Wat zou je doen als je geen horecaondernemer was?

‘Dan had ik in de bouw gezeten of was ik timmerman of meubelmaker geworden. Als ik maar kan bouwen.’