4 verschillen tussen de Nederlandse en de Italiaanse koffiecultuur
Before Article

4 verschillen tussen de Nederlandse en de Italiaanse koffiecultuur

Zeg je koffie, dan denk je geheid aan Italië. Maar ook wij, Nederlanders, kunnen er wat van.  Toch is de Italiaanse koffiecultuur niet te vergelijken met de Nederlandse. Wij zetten een paar verschillen op een rijtje. Valt er over en weer nog wat van elkaar te leren?

Het koffiemoment

Nederlanders drinken de hele dag door koffie – zes koppen per dag is geen uitzondering. Koffie is onderdeel van de gezelligheid, ook op het werk: geen vergadering zonder een kop koffie. Italianen beginnen de dag met een kopje espresso op weg naar hun werk of dopen een croissantje in een caffè latte bij wijze van ontbijt. Dat heeft alles te maken met hun eetcultuur: zowel lunch als diner zijn vaak copieuze maaltijden. Een (melk)koffie is dan too much. En een cappuccino na 11.00 uur ‘s ochtends, dat doe je gewoon niet.

Het koffiemenu

Filterkoffie kennen ze niet in Italië, dat ten eerste. Zij zijn van de ‘korte’ koffies, met weinig water bereid. Een espresso – de meest gedronken koffie in Italië – wordt bereid met (maximaal) dertig milliliter water. Een ristretto sla je met zijn twintig milliliter in twee slokken achterover. In Nederland drinken we eerder een caffè lungo; de hoeveelheid koffie van een espresso met veel meer water erbij. En melk? Hoewel de latte macchiato een Italiaanse klank heeft, is dit in Italië een toeristendrankje en zullen zij het zelf bij een espresso macchiato houden.

De barista

Een Nederlandse barista bereidt, decoreert en serveert uitsluitend koffie; een Italiaanse barista schenkt alle voorkomende drankjes. De betekenis van het woord is namelijk ‘barman/vrouw’. Dat maakt het baristavak in Italië een stuk breder, waar het in Nederland veel meer is toegespitst op één product: koffie. Dit verklaart ook waarom de Nederlandse barista bezig blijft met het proberen van nieuwe zetmethodes en koffiesoorten. Zijn Italiaanse beroepsgenoot blijft vaak bij de vertrouwde basics met aandacht voor het serveren van een constante smaak en kwaliteit.

De koffieboon

Veel Italiaanse barista’s zijn trouw aan een koffiemelange waar ze vaak al jaren mee werken. Ze kennen de koffie door en door en weten dat ze hun gasten altijd een goede smaak en kwaliteit kunnen serveren. In Nederland is het baristavak nog vrij nieuw; vijftien jaar geleden wist bijna niemand wat een barista was. Het vak is minder op traditie ingevuld. Veel Nederlandse barista’s kiezen juist voor variatie in de koffiebonen die ze gebruiken. Ze kiezen ook vaker voor single origins, koffiebonen uit één bepaald gebied. In Italië worden die single origins samengevoegd om melanges te maken.

Van verschil tot overeenkomst

Nederlandse en Italiaanse barista’s kunnen zeker nog van elkaar leren. De Italiaanse barista zou eens kunnen experimenteren met nieuwe zetmethodes en koffiesoorten. De Nederlandse barista kan nog meer aandacht geven aan gastvrijheid en een constante smaak voor de gasten die dat prettig vinden. Veel nieuwe barista’s zijn erg gericht op het meten van grammen koffie en water tot extractietijd. Leren om wat meer te vertrouwen op smaak en gevoel kan geen kwaad. Toch komen de Italiaanse en Nederlandse barista’s al steeds dichter bij elkaar. In Italië zijn de eerste specialty coffee bars succesvol en in Nederland wordt weer vaker voor een melange van hoge kwaliteit gekozen.

Dit artikel is een partnerbijdrage van Pellini.