Before Article
Koffie voor een ander: werkt het?

‘Uitgestelde koffie’: geen extra omzet, wel goodwill

‘Uitgestelde koffie’, je hoort en ziet het steeds meer. Het idee is dat je gasten niet alleen een kopje koffie voor zichzelf kopen, maar ook één extra voor de medemens die het niet kan betalen. Maar levert het ook wat op?

Foodtrendanalist Marjan Ippel en Zestz-hoofdredacteur Ronald de Nijs verkozen ‘uitgestelde koffie’ tot foodlingo woord van 2013. Zijn horecaondernemers net zo enthousiast? Foodbrigade ging op onderzoek uit.

‘Goodwill kweken onder gasten’

Café Brasserie Dudok staat bekend als ‘de huiskamer van Arnhem’ en vond het gastvrije concept van uitgestelde koffie daar perfect bij aansluiten. Gasten kunnen er sinds mei ‘koffie voor het goede doel’ bestellen. Riëlle Schoeman: ‘Het concept past perfect bij de tijdsgeest. Meer oog hebben voor de medemens. Dat kan al met kleine gebaren. Wat ons in dit concept zo aanspreekt, is dat je iets kleins kunt geven aan een volstrekt onbekende. Arnhem telt ook minder bedeelden, die ook wel eens van een kopje koffie willen genieten. De uitgestelde koffie wordt bij ons daadwerkelijk ingeschonken.’

Dat bleek ook uit het krijtbord op de bar, waarop de tussenstand via turven werd bijgehouden. ‘Dat werkte goed. Mensen waren eerder geneigd een extra kopje koffie te bestellen. En minder bedeelde gasten konden direct zien of er nog beschikbaar was, zonder dat ze dat op de man af hoefden te vragen. Het verlaagde een drempel.’ Het krijtbord is inmiddels weg, maar de actie gaat door. ‘Op dit moment denken we na over hoe we de actie een nieuwe impuls kunnen geven. Eerder hebben we social media ingezet om bekendheid te genereren. Maar je ziet toch ook dat mond-tot-mondreclame daarnaast een belangrijke rol speelt. Of ‘uitgestelde koffie’ ons nog extra omzet of gasten oplevert? Het is voor ons vooral een mooie manier om goodwill te kweken onder onze gasten. Het gaat ons écht om het goede doel.’

‘Goed doel, zonder overhead’

Perry de Moel, mede-eigenaar van Eetcafé Moellies in Dronten, werd op het concept gewezen door een van zijn vaste gasten. Hij was direct enthousiast, en is dat nog steeds. ‘Je kunt als ondernemer op een ongedwongen manier iets doen voor je medemens, zonder dat je een groot risico loopt. Het levert geen extra overhead op. Voor de koffie wordt immers gewoon betaald. En het kost ons nauwelijks extra moeite. We houden de bestellingen simpelweg bij in een map en strepen elk kopje uitgestelde koffie weg.

Gasten kunnen nu een jaar uitgestelde koffie bij ons bestellen, maar veel “gratis” koffie hebben we nog niet uitgedeeld. Misschien dat mensen zich schamen om zo’n kopje te accepteren. Sinds kort werken we daarom samen met de lokale voedselbank. Zij delen bonnen uit, die mensen bij ons kunnen inruilen voor een kopje koffie. Hopelijk verlaagt dat de drempel. Tot dusverre merk ik nog weinig van de actie op de balans. Ik geloof ook niet dat het veel extra omzet oplevert; dat is ook niet mijn reden om mee te doen. We zetten al veel koffie af, en ondanks de actie niet nóg veel meer. Maar ik krijg wel veel positieve reacties van gasten. Dat is mooi meegenomen.’

‘Meer iets voor de grotere steden’

Eelco de Jong, bedrijfsleider van Brasserie Het Spiegelhuys in Nederhorst den Berg, staat nog steeds achter het concept. Maar bij hem werd het geen succes. ‘We zijn er na twee maanden mee gestopt. Het paste gewoon niet bij onze gemeenschap. Er zijn hier nauwelijks minder bedeelde mensen. Het idee van uitgestelde koffie is fantastisch: wat terugdoen voor een ander. Niet voor niets is het in Italië al jaren een begrip. Maar ik denk dat het in Nederland vooral iets is voor in de grotere steden. Bij ons in Nederhorst den Berg bestelden gasten wel een kopje koffie extra, maar we konden ze niet kwijt.’

Toch heeft het de brasserie wat opgeleverd. ‘Veel publiciteit. We kwam zelfs langs in EditieNL en in de lokale media. Bovendien zijn er in twee maanden tijd wel zo’n 110 “bakken” koffie extra besteld. Die zijn toch goed terecht zijn gekomen. We hebben ze overgedragen aan een andere zaak aan Amsterdam, waar het concept beter aanslaat. Zo hebben we toch ons steentje kunnen bijdragen.’