Before Article
De perfecte gin-tonic

De perfecte gin-tonic in 4 do’s (en 1 don’t)

Smaken verschillen, maar de perfecte gin-tonic bestaat wel degelijk. Expert Arno van Eijmeren noemt vier do’s en één don’t.

  1. IJs
    Zorg ten eerste voor ijs. Niet een of twee klontjes. Maar een glas gevuld tot aan de rand met ijs. Waarom? Een perfecte gin-tonic moet je koud drinken. IJskoud. Met een glas vol ijs, blijft je drankje ook koud.
  2. Glas
    Veel ijs betekent ook: een groot glas. Ik erger me kapot als een bar van die net-niet-longdrink-glazen serveert. Gebruik ruime glazen. Je gin-tonic verdient dat.
  3. Tierelantijnen
    Maak er geen circus van. Geen stampertjes, rietjes, versieltjes. Het is geen tropische cocktail die je serveert.
  4. Shot
    Je kunt veel verpesten door zomaar op gevoel een shot gin te pakken. Gebruik gewoon een schenktuit. De ideale verhouding is 40 milliliter gin, en 200 milliliter tonic. Da’s dus een standaard flesje tonic.
  5. Garnering
    Belangrijk. Wat voeg je als garnering toe. Dit bepaalt voor een belangrijk deel, onder meer door de geur, de smaakbeleving. Je kunt van alles toevoegen. Rozenblaadjes, anijs, kaneel, komkommer, citroenschillen, et cetera. Laat dit afhangen van het soort gin dat je schenkt. Vraag de slijter of de groothandel voor goed advies hierover, met een verkeerde garnering verpest je alsnog de perfecte gin-tonic!

Arno van Eijmeren perfecte gin-tonic